Handelstijden:
De handel in aandelen, obligaties, opties, futures,
commodities, warrants, trackers en special products mag alleen plaatsvinden op
vaste, door de beursautoriteiten bepaalde tijdstippen.
Hausse:
Opgang in
de conjunctuur. Langdurige stijging van de aandelenkoersen (= bull market).
Hedge
fund:
Van oudsher
beleggingsfondsen die op basis van een vastgelegde
strategie proberen beleggingssrisico's te beperken.
Het zijn vaak besloten fondsen, die een forse minimale
inleg verlangen, met geleend geld opereren en
gebruikmaken van afgeleide producten. Tegenwoordig
gebruikt als verzamelnaam voor zeer speculatief
ingestelde beleggingsfondsen.
Hedging:
Engelse term voor
afdekken. Hedging is het
afdekken van risico’s door het aangaan van een andere
positie. Sommige effectentransacties kunnen het risico
elimineren dat door een reeds bestaande positie is
gecreëerd.
Heffingskorting:
Een (vaste) korting op de totale belastingsom.
Herbeleggen:
Het beleggen van bijvoorbeeld dividend- en
rente-inkomsten uit een beleggingsportefeuille in de waarde
waarop die inkomsten zijn genoten of in andere zaken.
Herbeleggings-index:
Een index waarbij de
koersontwikkeling wordt gevolgd inclusief herbelegging van
dividenden. Euronext berekent voor diverse van haar indices ook
een herbeleggingsindex.
Herberekening annuïteit:
Als bij een annuïteitenhypotheek sprake is van extra aflossingen
kan de maandtermijn worden herberekend. Sommige banken voeren
deze herberekening uitsluitend op verzoek van de klant uit.
Wanneer deze herberekening niet plaatsvindt, is het effect van
de extra aflossing pas merkbaar na de renteherziening.
Herbouwwaarde:
Het bedrag dat nodig is om een teniet gegane woning of
appartement [bijvoorbeeld door brand] opnieuw te bouwen met de
zelfde bestemming en op de zelfde locatie. Deze herbouwwaarde
heeft geen direct verband met de verkoopwaarde, maar is de basis
voor de verzekering van een huis of appartementencomplex.
Herinrichtingskosten:
Kosten voor het bewoonbaar maken van een woning bij een
verhuizing. Deze kosten zijn in sommige gevallen fiscaal
aftrekbaar.
Herkapitalisatie:
Een wijziging van de
kapitaalstructuur van een vennootschap, bijvoorbeeld door
uitgifte van (nieuwe) aandelen.
Herplaatsing:
Het in de notering en verhandeling
nemen van al bestaande maar nog niet op een beurs verhandelbare
aandelen. Als bestaande aandeelhouders, bijvoorbeeld de
oprichters van een onderneming, bij een introductie (of IPO) hun
aandelenbelang op de effectenbeurs aanbieden spreekt men van
herplaatsing.
Herstelperiode:
Periode van drie maanden waarbinnen de ondernemer de bij
oplevering geconstateerde tekortkomingen moet herstellen.
Hertaxatie:
Na afloop van een rentevaste periode doet de bank een nieuw
voorstel voor de volgende rentevaste periode van de hypotheek.
Sommige geldverstrekkers laten het onderpand dan opnieuw
taxeren, om te zien of het nog voldoende waarde
vertegenwoordigt. Het is zelfs mogelijk dat de bank weigert de
hypotheek te verlengen, of alleen onder ongunstiger voorwaarden,
tenzij er sprake is van Nationale Hypotheek Garantie.
Herweging:
Indices worden regelmatig (in
sommige gevallen meerdere keren per jaar) herwogen. Door
herweging kunnen fondsen uit de index worden gehaald en kunnen
nieuwe fondsen worden toegevoegd, al naar gelang veranderingen
in bijvoorbeeld de effectieve omzet of economische
ontwikkelingen zoals fusies of faillissementen.
High:
De hoogste koers van een handelsdag.
Hoofdelijke aansprakelijkheid:
Persoonlijk aansprakelijk voor de verplichting, bijvoorbeeld
een hypotheek, die iemand is aangegaan. De bank kan de
hypotheekschuld bij ieder die hoofdelijk aansprakelijk is
vorderen.
Hoofdfonds:
De aandelen waarin op de
effectenbeurs structureel de meeste omzet is, worden
hoofdfondsen genoemd.
Hoofdsom:
Het bedrag waarvoor iemand een hypotheek heeft afgesloten.
Hoog/laag constructie:
Hierbij wordt afgesproken met de levensverzekeraar om bij
het begin van de verzekering een hoger bedrag te betalen dan
later. Voordeel is dat de eerste hoge storting direct rendement
kan opleveren gedurende de gehele looptijd, waardoor de
vervolgpremies lager zijn.
Horizontaal eigendom:
Uitdrukking die soms nog gebruikt
wordt bij appartementsrecht waarbij onderscheidt wordt gemaakt
in horiontaal eigendom (in de breedte op een verdieping) en
eigendom over twee verdiepingen ook wel maisonette genoemd.
Horizontale optiestrategie:
Een
positie in opties die het beste rendeert bij een gematigde of vlakke
ontwikkeling van de koers van het onderliggende aandeel.
Huisfonds:
Beleggingsfonds dat is opgericht en wordt beheerd door
een bankinstelling of verzekeringsmaatschappij.
Huishoudelijk reglement:
Een stelsel van afspraken voor bewoners in een appartementen
complex, waarin zaken van huishoudelijke aard worden
vastgesteld. Het opstellen van een huishoudelijke reglement is
niet verplicht, maar is alleen rechtsgeldig bij een besluit in
de algemene ledenvergadering.
Huisvestingsvergunning:
Vergunning die nodig is voor de (ver)koop van een voormalige
huurwoning en van koopwoningen die korter dan 6 maanden bewoond
worden door eigenaar-bewoner.
Huisvestingswet:
Wet, waarin beheers- en verdelingsaspecten in de
volkshuisvesting worden geregeld de verdeling van de woonruimte
en de samenstelling van de woningvoorraad. De Huisvestingswet
geeft stelsels van vergunningen, de registratie en vordering van
leegstaande gebouwen en geeft criteria voor de toewijzing van
woningen aan woningzoekenden.
Huurbeding:
De hypotheeknemer (geldverstrekker) verbiedt het verhuren van de woning.
Huurkoop:
Koop en verkoop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen dat
de eigendom niet bij de levering overgaat op de koper maar pas
als het hele verschuldigde bedrag is betaald. Voor de huurkoop
van onroerend goed geldt een aparte wettelijke regeling.
Huurwaardeforfait:
De fictieve huurinkomstenbron van de woning die door de fiscus
wordt vastgesteld. Dit bedrag moet de huiseigenaar voor de
inkomstenbelasting bij zijn inkomen optellen. Het
huurwaardeforfait wordt vastgesteld aan de hand van de waarde
van de woning in het economisch verkeer, die is vastgesteld door
de gemeente in het kader van de Wet waardering onroerende zaken.
Huwelijks voorwaarden:
Bij het trouwen legt men vast welke vermogensbestanddelen aan
wie toe komt. Toekomstig vermogen komt toe aan degene op wiens
naam het is ingebracht. Als dat niet wordt vastgelegd, komt het
voor 50% aan elk van beide partners toe.
Hybridehypotheek / -verzekering:
Een combinatie van een spaarhypotheek (garantie
eindkapitaal) en een beleggingshypotheek (prognose
eindkapitaal). Men kan dus tussentijds veranderen van
hypotheekvorm. De hybride hypotheek, ook wel
spaar/beleggingshypotheek genoemd, combineert de flexibiliteit
van een beleggingshypotheek met de zekerheid van een
spaarhypotheek.De hybride hypotheek bestaat dan ook uit drie
delen: de hypotheek (de geldlening), de beleggingsverzekering en
een spaarhypotheekrekening.
Bij de hybride hypotheek kunt u gedurende de looptijd switchen
tussen beleggen en sparen. Indien u verwacht dat het rendement
uit spaarrente hoger zal zijn dan uit beleggingen, dan kunt u
kiezen voor sparen (en andersom). Let u echter goed op de
voorwaarden hieromtrent: elke aanbieder heeft zijn eigen
voorwaarden omtrent de aard en omvang van switchen (nieuwe
inleg, of ook deel van bestaande inleg).
Hypothecaire inschrijving:
Inschrijving van de hypotheek (bedrag en persoon) in het
hypotheekregister.
Hypothecaire lening:
Een lening waarvoor een onroerende zaak of een in een register
opgenomen schip of vliegtuig bij notariële akte tot zekerheid is
verbonden.
Hypotheek:
Een lening waarbij een onroerende zaak tot onderpand dient.
Hypotheekakte:
Opgestelde overeenkomst door de notaris tussen de koper en
de hypotheeknemer.
Hypotheekakte kosten:
Kosten die aan de notaris betaald moeten worden voor het
passeren van de hypotheekakte en de kosten voor registratie in
het hypotheekregister.
Hypotheekgever:
Persoon (koper) die zijn woning als onderpand aanbiedt.
Hypotheekkantoor:
(kadaster)
Instelling waar alle onroerende zaken (grond, gebouwen, enz.)
staan geregistreerd. Iedereen kan bij het Kadaster onder meer
informeren wie de eigenaar is van een onroerende zaak, of er
hypotheek op rust en zo ja, hoeveel.
Hypotheeknemer:
De geldverstrekker die de woning als onderpand aanvaardt.
Hypotheekofferte:
De aanbieding van de geldverstrekker
waarin staat tegen welke kosten en voorwaarden de hypotheek
verstrekt kan worden.
Hypotheekrecht:
De geldverstrekker verkrijgt het recht om bij voorrang
openstaande gelden te verrekenen op de opbrengst van een
onroerend goed dat tot een ander toebehoort. Oftewel: De
geldverstrekker krijgt bij een eventuele executieverkoop het
eerst betaald, indien er nadien geld over is dan zijn andere
geldeisers aan de beurt of ontvangt de eigenaar van het
onroerend goed het restant.
Hypotheekregister:
(bij het kadaster)
Alle hypotheken worden via de notaris overgeschreven in een
openbaar – voor iedereen toegankelijk – register. Via dit
register kan worden gecontroleerd of een bepaalde woning belast
is met een hypotheek.
Hypotheekrente:
De rentevergoeding die men verschuldigd is voor een hypothecaire
lening.
Hypotheekrente tijdens de bouw:
Bij nieuwbouw wordt er in termijnen betaald. Eerst de grond en
vervolgens naarmate de bouw vordert de resterende termijnen. De
hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag
afgesloten en in depot gezet. De termijnen worden uit het depot
opgenomen. Over het depot krijgt men een rentevergoeding. Deze
is soms lager dan de hypotheekrente die moet worden betaald over
de opgenomen bedragen.
|